Bos

Er wacht geen dood want
ieder bos hier is een huis
waarin moeders hun
kinderen zogen
hun wortels wijken waar nodig
of kruipen dichterbij
en als ze onvermijdelijk vallen
honderden jaarringen oud
fluisteren schimmels
de geheimen door
van hun stammen beschreven als
boeken

Nader

ik ben vergroeid met God
als hij verdwijnt, wat blijft er van mij over
als ik verdwijn, dan valt het doek voor hem
kan ik hem nog vergeven
als ik mijzelf ben kwijtgeraakt
hoe kan ik hem verlaten
als alleen ik besta
ik ben vergaan met God

ik ben begaan met God
en hen die hem bezingen
de woorden achter woorden achter ons
gevangen in herinnering
ben ik geboeid door God
vermoeid tot op het bot
door eindeloos verdringen
het sterven van het lot

ik ben ontzet door God
bevrijd van alle zonde
waar ik niet van gered
maar niet meer in geloof
er is niet langer buiten
voor mij en voor mijn God
het enige gebod
de liefde die je tot
je naaste voelt
verplicht
jezelf tot God te zijn
en nader tot de pijn

Bonhoeffer en de noodzaak van een schepping zonder God

Hoe geef je christen-zijn vorm in een wereld die God niet langer nodig heeft om zichzelf te begrijpen? Met deze vraag hield Dietrich Bonhoeffer zich zeventig jaar geleden al bezig, maar de recent opgelaaide discussie rondom schepping en evolutie toont aan dat diezelfde vraag aan actualiteit nog niets heeft ingeboet.

Bonhoeffer is vooral bekend van zijn boek ‘Navolging’, een radicaal schrijven over het volgen van Christus. Maar dit werk was niet het eindstation van Bonhoeffers denken. Nadat hij door de nazi’s gevangen is gezet wegens hoogverraad, schetst hij in een briefwisseling met zijn vriend Eberhard Bethge (terug te vinden in het boek ‘Verzet en Overgave’) een toekomst waarin het christendom in haar huidige vorm onherroepelijk zal verdwijnen, omdat het weerloos is tegenover de antwoorden die de wereld heeft gevonden op veel vragen waar men vroeger God bij nodig had. Op allerlei terreinen, bijvoorbeeld wetenschap of ethiek, is God als hypothese niet alleen overbodig, maar zelfs onhoudbaar geworden. Bonhoeffer trekt dit door en stelt dat er een tijd komt dat ook op de laatste vragen, over schuld en dood, een seculier antwoord geformuleerd zal worden. Wat dan nog overblijft, zegt hij, is een God-loos universum.

Verder lezen →

Val uiteen

val uiteen
val hopeloos uiteen

want niet
uit niets ontstaan de kleinste deeltjes
maar juist uit
alles wat had kunnen zijn

de plaats
de tijd
de handeling
ze worden door het instorten gevormd
en evenzo de woorden

dus val uiteen
val hopeloos uiteen
laat mij mijzelf vergeten
en breng jou dichter bij

De Burcht


    De burcht was uit het niets gekomen. Ineens stond ze er, op het steile rotseiland waar de zon aanbeden werd. En de mensen in de stad begonnen vanaf dat moment te sterven.
     ‘Toch houd ik van haar’, dacht Lilith.
     Ze zat in een smal bootje, een uitgeholde boomstam eigenlijk, met opgetrokken knieen, om de jongen voor haar de ruimte te geven. Hij stond met zijn rug naar haar toe en duwde met een lange stok het bootje vooruit, dwars door de sterke stroming. Zijn bijna witte bovenlijf was onbedekt, hoewel het zo goed als winter was, en om zijn middel droeg hij slechts een rok van dierenhuiden. Hij was een maankind, half dier, half mens.
     Over tien jaar zou hij wel dood zijn, schatte Lilith in. Ze had ooit gehoord dat de huid van deze mensen steeds lichter werd, tot ie zo doorschijnend was dat de zon er dwars doorheen ging. Ze wist niet of het waar was, maar het zou wel verklaren waarom de maankinderen zo’n kort en hopeloos leven hadden, want zonder zonlicht was het natuurlijk snel voorbij.

Verder lezen →